In artikelen over zaken waar Belgen en Nederlanders veelal tegenaan lopen na hun verhuizing naar Spanje, wordt de Spaanse bureaucratie vaak genoemd. Heel begrijpelijk. Want ik heb zelf ook ondervonden dat het vaak lang duurt om een afspraak te maken. Voor een NIE, een residentiekaart, de jaarlijkse keuring van de auto of een rijbewijs. Vooral wanneer men verplicht is de afspraak in de eigen provincie te maken en er daarbij niet uitgeweken kan worden naar omliggende provincies waar er over het algemeen meer beschikbare afspraken zijn. En wanneer het dan eindelijk gelukt is om een afspraak te maken, kan het zomaar zo zijn dat je een formulier mist. Zelfs als je besloten hebt het zekere voor het onzekere te nemen en je – net voor vertrek – je hele administratie voor de zekerheid nog even in de kofferbak van je auto hebt gegooid. In plaats van het zogenaamde Certificado de Extranjeria had je gewoon een kopie van je Spaanse zorgverzekeringspolis bij je. In plaats van een Certificado de Empadronamiento Colectivo had je een Certificado de Empadronamiento Individual bij je. Of werden je loonstroken uit Zwitserland als bewijs van voldoende inkomsten afgewezen omdat het salaris in Zwitserse franc uitgekeerd werd in plaats van in euro’s.
Dat er eisen worden gesteld is niet erg. Dat de regels echter niet altijd eenduidig zijn en het van stad tot stad (of zelfs van ambtenaar tot ambtenaar) kan verschillen of iets wel of niet geaccepteerd wordt – is wat het vaak verwarrend maakt. Wat voor mij in Benidorm goedgekeurd werd, werd voor mijn beide zusjes in Elda afgewezen. Wat voor mijn moeder in Elda goedgekeurd werd, werd voor mijn vader (op een andere dag) in Elda afgewezen. Dat de certificaten van inschrijving bij de gemeente van mijn zusjes meer dan drie maanden oud waren, werd echter oogluikend toegestaan. Dat mijn vaders bewijs van pensioen niet naar het Spaans vertaald was – zij het met enige weerstand – ook. Want hoewel de Spaanse bureaucratie soms complex is, is het wel mijn ervaring dat de Spanjaarden over het algemeen genegen zijn om mee te bewegen. In bijna alle gevallen was er ruimte om de ontbrekende papieren nog gedurende dezelfde afspraak aan te leveren. Ruimte om heen en weer naar de printershop te rennen die – vreemd genoeg – niet direct naast de bureaucratische instantie gesitueerd was en in de auto naar wat verdwaalde muntjes te zoeken omdat er in de printershop helaas niet gepind kon worden.
En daarom houd ik mijn hart vast nu we een nieuw paspoort nodig hebben en we – ter voorbereiding op de afspraak – druk bezig zijn met het verzamelen van alle benodigde papieren. Want hoewel het heel makkelijk is om de Spaanse bureaucratie als traag en complex te beschrijven, heb ik persoonlijk ook niet heel veel vertrouwen in de Nederlandse bureaucratie. En omdat we voor ons paspoort vijf uur heen (en vijf uur terug) moeten rijden, is er weinig ruimte voor fouten. Wat als de aanvraag wordt afgekeurd? Wie de eisen waar de aangeleverde pasfoto aan moet voldoen leest, begrijpt direct dat dit geen onrealistische gedachte is. Want in tegenstelling tot de foto die nu – voor tien jaar(!) – op mijn Spaanse rijbewijs prijkt en door een arts met een webcam uit 1972 is genomen en dus een extreem lage pixeldichtheid heeft, eist de Nederlandse overheid perfectie. Zelfs de pasfoto’s die zijn genomen door de door de Nederlandse overheid aangeraden fotografen in Spanje komen niet altijd door de inspectie heen. Ik zal daarom – alvorens we het hol van de Nederlandse leeuw betreden – met een liniaal aan de slag moeten om er zeker van te zijn dat mijn linkeroor geen halve millimeter buiten het door de overheid vastgestelde kader valt. Ik kijk er nu al naar uit. Vooral omdat er dit keer een autorit van negenhonderd kilometer op het spel staat.
