Na een aantal enorm drukke maanden, is het eindelijk een keer tijd om er zelf even uit te gaan. Noëlle bewaakt het fort. Het is slechts één dag. Er checkt slechts één stel in. En ik heb de telefoon – voor noodgevallen – gewoon bij me. En dus rijden mijn moeder en ik net voor lunchtijd naar Villajoyosa. Helaas blijkt het restaurant – waar we graag hadden willen lunchen – gesloten. Waarschijnlijk ook met vakantie. Geen wonder dat de telefoon niet op werd genomen toen we een reservering probeerden te maken. Gelukkig is er nog een alternatief. Bij T-Class is er nog plek in de schaduw en mijn moeder zegt nooit nee tegen de tonijn tataki die ze daar serveren.
Hoewel we na de lunch direct naar het strand hadden kunnen gaan, besluiten we eerst even in te checken. De kamer is klaar en mijn moeder – die haar bikini nog niet had aangetrokken – kleed zich liever om in een koele hotelkamer dan in een bedompte parkeergarage. Met behulp van de code – die ze telefonisch heeft ontvangen – openen we eerst de voordeur. In het sleutelkastje in de gang liggen twee kaarten om de deur te openen. Zonder problemen treden we binnen. Terwijl mijn moeder zich omkleed, hang ik gelukzalig boven de enorme airconditioning die zich in de kamer bevindt. Vlak voordat we de deur dichttrekken, besluit mijn moeder haar portemonnee thuis te laten. Geld hebben we op het strand immers toch niet nodig. Terwijl ze de portemonnee op het bureau achterlaat, zwaai ik met mijn telefoon. Dankzij mijn Wallet kunnen we sowieso altijd betalen.
Heerlijk. Even tot rust komen. Als gast. Niet als gastvrouw. Op het strand ontvouwen we de strandstoeltjes, steekt mijn moeder de parasol in het zand en besluiten we direct de zee in te duiken om even af te koelen. Terwijl ik mijn boek erbij pak, merk ik dat ik er aan toe ben. Af en toe val ik bijna in slaap. Geen probleem. Ik heb me goed ingesmeerd en bovendien blijf ik dankzij de parasol grotendeels uit de zon. Een uurtje of twee à drie op het strand is echter genoeg. En dus pakken we onze spullen weer in en lopen we langzaam terug naar het hotel. Als we er bijna zijn, staat mijn moeder plotseling stil. “Oh, nee!”, roept ze. “Ik heb het kaartje van het hotel in mijn portemonnee gestopt.” Verschrikt kijk ik haar aan. Omdat zij het kaartje mee zou nemen, heb ik het in de hotelkamer laten liggen. Dat betekent dat we er niet meer in kunnen. De hotelketen – die verschillende locaties in het centrum van de stad heeft – heeft sinds aantal maanden helaas geen receptie meer. Het enige wat we kunnen doen is bellen. En dus bellen we bij aankomst het noodnummer. Gelukkig komt er na tien minuten al een medewerker aangelopen. Het maken van een nieuw kaartje is zo gebeurd. Eenmaal binnen besluiten we direct te gaan douchen. Om acht uur gaan we eten, dus er is nog tijd genoeg voor een aperitief. Dit keer besluiten we – voor de zekerheid – allebei het kaartje van de deur mee te nemen. Helaas hebben we opnieuw pech. Want als we drie uur later weer terugkeren, komen we er met geen van beide kaartjes in.
Rood. Rood. Rood. Natuurlijk. Het nieuwe kaartje heeft de twee oude kaartjes overschreven en natuurlijk hebben we allebei de originele kaartjes meegenomen en het nieuwste kaartje binnen laten liggen. Opnieuw kunnen we niets anders doen dan één van de medewerkers bellen. Gelukkig staat er binnen tien minuten opnieuw iemand voor onze neus. Dit keer is het een andere medewerker. Met nog een nieuw kaartje. Terwijl we opnieuw naar binnen gaan, verzamel ik direct de drie oude kaartjes en leg ze op een stapeltje op het bureau. Het nieuwste kaartje nemen we mee, terwijl we nog een wandeling over de boulevard proberen te maken. Voordat we de deur uitlopen, testen we het betreffende kaartje uitgebreid. Terwijl ik binnen blijf staan, opent mijn moeder twee keer de deur. Dit kan niet meer misgaan. En dat gaat het ook niet. Dezelfde avond in ieder geval. Want als we een half uur later weer terugkomen, steek ik het kaartje in het apparaatje naast de deur. Hoewel het licht en de elektriciteit ook zonder het kaartje schijnen te werken, is het een oude gewoonte. Zonder er al te lang bij stil te staan, knippen we het licht even later uit. Tijd om te slapen.
Pas als we de volgende ochtend willen uitchecken, stuiten we opnieuw op een probleem. Het kaartje – het enige kaartje dat werkt – zit vast in het apparaat en kan er niet meer uit. Ik schud mijn hoofd. Hoe krijgen we het voor elkaar. Mijn moeder – die er inmiddels helemaal klaar mee is – haalt haar schouders op. “We hoeven er toch niet meer in.” En dus neem ik het stapeltje nutteloze kaartjes mee en trek ook ik – nadat ik uitgebreid heb gecontroleerd dat we niets vergeten zijn – de deur achter mij dicht. Vervolgens plaatsen we de drie kaartjes opnieuw in het sleutelkastje. In tegenstelling tot de kamerdeur, wil de voordeur juist niet sluiten. Hoewel ik het ding tot drie keer toe dicht probeer te trekken, valt het zware ding niet in het slot. Opnieuw haalt mijn moeder haar schouders op. Een accommodatie zonder receptie mag dan wel een stuk goedkoper zijn, beter is het zeker niet.
