Soms sta je al met 1-0 achter op het moment dat de gasten binnen komen. Vaak vanwege omstandigheden waarop jij geen enkele invloed hebt. Het zijn immers de gasten die jouw accommodatie geboekt hebben. Soms zonder te weten waar ze precies terecht komen. En soms zonder van tevoren goed na te denken of jouw accommodatie daadwerkelijk de beste optie is voor hun reisplannen. Dus als onze gasten na een lange rit vanuit Madrid arriveren, proberen we er het beste van te maken. Het is inmiddels al vier uur geweest en ze lijken niet in de allerbeste stemming te verkeren. Begrijpelijk. Het was een lange reis. Het is bloedheet. En – nu komt het – ze zijn onderweg nergens gestopt om te lunchen.
Nog voordat ze goed en wel binnen zijn, vragen ze ons dan ook waar ze kunnen lunchen. “Lunchen?”, vraag ik verbaasd. Niet alleen heb ik al onze gasten uitgebreid geïnformeerd over het feit dat er dit weekend vanwege geplande vakanties slechts drie restaurants geopend zijn (drie voor de lunch en twee voor het diner) – op dit tijdstip vrees ik dat alle restaurants hun keuken al gesloten hebben. Desalniettemin vraag ik mijn zusje de gasten alvast rond te leiden en naar hun kamer te brengen, terwijl ik ze haastig één voor één ga bellen. Helaas leidt het tot niets. El Jabalí neemt niet op. Sabors neemt niet op. En ook Ta Casa neemt de telefoon niet op. Ik besluit de gasten het slechte nieuws direct te vertellen. Zonder vervolgens met mijn zusje te overleggen, bied ik daarna direct aan om zelf wat eenvoudigs te bereiden. Hoewel we normaal gesproken nooit lunch maken, is het duidelijk dat we in dit geval een uitzondering moeten maken. Zelfs als we al het druk genoeg hebben. Als ik probeer te bedenken wat we nog in de koelkast hebben liggen, valt mijn zusje mij gretig bij. De gasten kijken bedenkelijk. Noëlle stelt daarom voor dat ze zich even rustig in hun kamer terugtrekken en erover nadenken.
Als ze een aantal minuten later weer naar buiten komen, hebben ze de knoop doorgehakt. Ze besluiten de auto te nemen en zelf op zoek te gaan naar een restaurant. Net op dat moment ontvang ik een berichtje van Felipe. De eigenaar van restaurant Ta Casa en mijn nieuwe favoriete persoon in de hele wereld. Ze hebben de keuken nog niet gesloten en ons tweetal is alsnog van harte welkom voor de lunch. Terwijl de gasten op het punt staan weg te rijden, ren ik op mijn blote voeten en druk zwaaiend over straat. “Stop!”, roep ik. “Ta Casa is nog open!”. Terwijl ik Felipe een bericht stuur dat de gasten er over een paar minuten zullen zijn, stuur ik de gasten ondertussen de locatie van het restaurant. Opgelucht loop ik weer naar binnen. ‘Goal’, denk ik bij mijzelf. Inmiddels staat het 1-1. Felipe (of eigenlijk Fernanda – zijn vrouw die in de keuken staat en geweldig lekker kan koken), maakt er ongetwijfeld 2-1 van. Hoewel we er geen credit voor kunnen nemen, doe ik het ervoor. Want soms – heel soms – werken de omstandigheden buiten onze controle in ons voordeel.
