In de tuin is het doodstil. Waar we binnen het hele jaar door achtergrondmuziek op hebben staan om de stilte te doorbreken, lijken de gasten buiten geen last te hebben van de doodse stilte. Ze zijn allemaal verdiept in hun boek. Mooi. Dat is immers waar ze voor komen. Om uit te rusten. De prikkels van het drukke stadsleven te ontvluchten. En weer even op adem te komen.
Dat betekent gelukkig ook dat wij even rust hebben. Met vier kamers die twee nachten bij ons verblijven, hoefden we vanochtend slechts één kamer schoon te maken. De nieuwe gasten – die morgen alweer zullen uitchecken – hebben van tevoren aangegeven rond vier uur te zullen arriveren. “Ik zet de wekker om half vier”, zegt mijn zusje, vlak voordat ook wij ons even terug trekken naar onze eigen kamers. ‘Oh, sweet summer child’, denk ik terwijl ik resoluut mijn hoofd schud. “Ik app je wel als ik iets van de gasten hoor”, zeg ik in plaats daarvan. Tegen een uur of zes zijn ze er nog steeds niet. “Ik ga even snel douchen”, appt mijn zusje even later. “Geen probleem”, app ik terug. Als we allebei gedouchet hebben en de gasten er nog steeds niet zijn, stel ik voor om maar gewoon te beginnen met koken. “Als ze komen terwijl we aan het eten zijn, dan check ik ze wel even in”, zeg ik – wetende dat mijn zusje het erger vind dan ik om gedurende het eten gestoord te worden. Gelukkig kunnen we beiden in alle rust eten. Het is inmiddels acht uur en de gasten zijn er nog steeds niet. Ook het berichtje – dat ik ze een uur eerder heb gestuurd met de vraag of ze al weten hoe laat ze ongeveer zullen arriveren – is nog steeds niet verstuurd en dus ook nog niet gelezen. Terwijl we ons langzaam klaar beginnen te maken om voor een drankje naar Sabors te gaan, krijg ik een berichtje van de gasten. “We verwachten er rond een uur of tien te zijn.” Ik bedank ze voor de informatie en vraag of ze mij tien minuten voor aankomst opnieuw een berichtje willen sturen zodat we op tijd naar huis kunnen gaan om hun in te checken. “Prima!” is het antwoord.
Ik informeer mijn zusje en we besluiten direct naar Sabors te vertrekken. Met de wetenschap dat ze voorlopig nog niet voor de deur zullen staan, kunnen we in ieder geval in alle rust even een drankje doen. Alhoewel ‘rust’ wellicht niet het meest geschikte woord is om de situatie die we bij Sabors aantreffen te definiëren. De geplande Tardeo met DJ is al in (volle) gang en de luide muziek maakt het hebben van een rustige conservatie een uitdaging. Dat betekent dat ik elke tien minuten mijn telefoon besluit op te pakken om te kijken of ik toevallig geen bericht van de gasten heb gemist. Als ik om half elf nog niets van ze gehoord heb en ook nu mijn berichten niet direct aan lijken te komen, besluit ik even snel naar huis te lopen. Voor het geval ze geen bereik hebben en al een half uur voor de deur staan te wachten. Daar aangekomen is er echter niets aan de hand. Terwijl ik overweeg om een papier met de informatie dat we bij Sabors zijn op de voordeur te plakken, krijg ik eindelijk antwoord op mijn laatste bericht. “We zijn gestopt om even iets te eten. We zullen er over ongeveer een half uur zijn.” Opgelucht loop ik terug. We hebben nog een half uur. Een half uur waarin ik opnieuw elke tien minuten een blik op mijn telefoon werp. “Zijn jullie 24/7 aan het werk?”, vraagt Amelia. Ik knik bevestigend. “Bijna wel.” In tegenstelling tot onze gasten – die juist komen om even helemaal lekker af te schakelen – staan wij bijna altijd “aan”. Voor toekomstige gasten die graag een reservering willen maken. Voor verblijvende gasten die tegen een probleem aanlopen. Of voor gasten die ruim buiten de gebruikelijke inchecktijden besluiten te arriveren. En hoewel dat laatste geen probleem is – mits op tijd gecommuniceerd en met goede reden, zijn zulke voorvallen niet te voorkomen. Het gebeurt. Het hoort erbij. En het is één van de dingen die het runnen van een B&B zwaarder maken dan het op papier lijkt te zijn. Er is namelijk altijd wel iets of iemand die om jouw aandacht vraagt. Ondanks de prachtige, rustige omgeving waarin we ons bevinden, is afschakelen er voor ons in principe (vaak) niet bij.
