Goed nieuws
“Ik heb goed nieuws en ik heb slecht nieuws.” Ik kom het nieuwe huis van mijn ouders binnenwandelen, waar mijn moeder net de lunch staat voor te bereiden. Ze kijkt op. “En?” Afwachtend kijkt ze mij aan. “De stofzuiger is níét kapot”, roep ik blij. “De stroom in een deel van het huis daarentegen…” “Bevreemd kijkt zij mij aan. “Heb je al in de meterkast gekeken?”
